Marketeer moet bewijzen dat marketing werkt




 (tijd) - Meer en meer moeten de marketeers bewijzen dat hun inspanningen ook iets opleveren. Harde cijfers nemen de plaats in van wilde plannen en creativiteit. En de traditionele massamedia, als radio, televisie en affichage, moeten schuiven voor meetbare vormen van marketing, zoals direct mail of internetmarketing.


Marketing en marketeers staan onder druk. Dat is de grote conclusie uit de jaarlijkse Grote Marketing Enquête 2006, een initiatief van het onafhankelijke adviesbureau The House of Marketing. Het is de derde maal dat The House of Marketing bij marketeers peilt naar hun verzuchtingen en verwachtingen. Marketeers moeten meer dan ooit hun activiteiten binnenshuis verdedigen en zichzelf bewijzen. Michèle Mees, die bij The House of Marketing het enquêteproject in handen heeft, zegt dat er niet één bewering voor alle bedrijven bestaat. 'In heel wat bedrijven staat de marketingafdeling onder stevige druk', zegt ze. 'De invloed van marketing in de raad van bestuur is niet overal vanzelfsprekend. Marketeers moeten hun positie verdienen en onderbouwen. Marketing speelt een rol in de resultaten van een bedrijf, maar dat moet dan meetbaar gemaakt worden. En dat gebeurt te weinig: de grote meerderheid van de marketeers (76%) meten te weinig het effect van hun actie.'
Niet alle marketeers zitten echter in een egelstelling. 'In een aantal bedrijven is marketing zo algemeen aanvaard dat men niet elke dag een gevecht moet leveren. Het gaat dan vooral om de bedrijven die zogenaamde 'fast moving consumer goods' maken, zoals Unilever, Procter & Gamble of Henkel.'


Meetbaarheid


Uit de studie blijkt dat marketeers betere meetinstrumenten willen en dat ze de kortetermijneffecten van marketing zichtbaar willen maken. 'Steeds vaker stelt de raad van bestuur de vraag wat het bedrijf nu eigenlijk koopt voor de vaak gigantische marketinguitgaven. Een marketeer mag nog altijd op de lange termijn werken, maar als een bedrijf onder druk staat wil de raad van bestuur, net als bij de verkoopafdeling, steeds meer ook het kortetermijnrendement kennen.'
In de studie kwam er een dubbel antwoord op de vraag naar de meetbaarheid van de marketinginspanningen, volgens twee groepen marketeers. Marketeers die vinden dat ze een duidelijke stempel op de organisatie kunnen drukken, weten dat ze goed met de leden van de raad van bestuur moeten communiceren door middel van cijfers en aantoonbare rendabiliteit van hun acties. De andere groep marketeers, die hun impact op het bedrijfsbeleid minder zwaar inschatten, voelen zich meer in de hoek geduwd: ze vinden dat er meer marketing-georiënteerde bestuursleden in de raad van bestuur moeten zitten. Niets nieuws onder de zon: al in de jaren tachtig vonden de marketeers dat ze te weinig gehoord werden aan de top. De hoop toen was dat de marketingverantwoordelijken van toen de general managers van morgen zouden worden. Dat zou de positie van marketing alleen maar verbeteren, zeker omdat toen vooral de 'boekhouders', de financiële mensen, de topposities innamen.
Maar twintig jaar later lijkt die droom (nog) niet uitgekomen te zijn. Sterker nog, marketeers moeten dus meer dan ooit hun waarde in het bedrijf bewijzen. De economische terugval rond de eeuwwisseling heeft de zaken er niet op verbeterd. Snijden in de kosten was aan de orde van de dag. Marketeers bezworen hun meerderen dat marketing een investering was, geen kosten. Maar die investering moet meer en meer opbrengen. 'Het gevaar is dan dat alleen nog maar op de korte termijn gewerkt wordt', zegt Michèle Mees.


Welke kanalen?


Een logisch gevolg van het resultaatgericht denken is dat marketeers zelf ook steeds meer hun toevlucht nemen tot kortetermijnacties. Het gaat dan vooral om verkooppromoties, zoals kortingbonnen en 'drie halen, twee betalen'-acties, en direct mailings. Van een verkooppromotie is binnen de maand het resultaat bekend. Bedrijven als Fast Movers en Sogec leveren de adverteerders de informatie over het aantal ingeruilde kortingbonnen en de bedragen die daarvoor betaald moeten worden. Een marketeer die vandaag een mailing naar de post brengt, kan binnen enkele weken op basis van de binnengekomen respons het resultaat van zijn actie berekenen.
Patrick De Pelsmacker, marketingprof aan de Universiteit Antwerpen, stelt dat bedrijven ook een steeds kortere planningshorizon hebben: 'Uit recent onderzoek bleek bijvoorbeeld dat liefst 80 procent van de marketeers niet langer dan een jaar vooruitkijkt. Misschien hebben marketeers wel te lang geleefd in de overtuiging dat strategie, plannen maken en creativiteit hun job was en financiën alleen iets voor boekhouders.'
Dat nieuwe accent verklaart meteen waarom on line interactieve marketing, direct marketing en telemarketing ('e-direct marketing') volgens de ondervraagden met een steeds groter deel van het marketingbudget zal gaan lopen. De middelen die daar naartoe gaan worden weggehaald van sponsoring, televisie en evenementen/beurzen. Direct marketing en on-linemarketing zijn meetbaarder en concreter dan een traditionele imagocampagnes in de 'klassieke' media (tv, radio, kranten, magazine, bioscoop en affichage). Wie een direct mail of een direct e-mailing doet, kan de binnengekomen respons tellen en daarmee vrij snel het effect van een actie aantonen. Bij een on-lineactie kan de marketeer met het aantal 'click-throughs' bewijzen dat de consument 'iets' met de boodschap gedaan heeft. Direct marketing heeft nog meerdere voordelen: marketeers kunnen op die manier een gamma aan benaderingen uittesten. Unilever, Procter & Gamble en Henkel beschikken daartoe over uitgebreide consumentenbestanden. Ze behoren nog altijd tot de grootste tv-adverteerders maar voeren daarnaast meer en meer marketing via de atypische kanalen buiten de media. P&G werkt voor producten als Always en Pampers veel met direct mailing. Een eigen magazine hoort daar ook bij, met daarin gepersonaliseerde kortingbonnen. Unilever kent het '100-Ideeën-magazine' waarmee men de 500.000 beste klanten benaderd. Ook daar is er sprake van kortingbonnen. Op die manier kan men niet alleen nagaan hoeveel bonnen ingewisseld zijn, maar ook wie ze gebruikt hebben. Ook het winkelpunt neemt als medium een steeds belangrijkere plaats in. Daar heb je ook het meeste kans om de consument te bereiken op het moment dat aankoopbeslissingen worden genomen. Barnabas Kossmann, topman van P&G-Benelux, wees er vorig jaar nog op dat 'de consument 70 procent van de aankoopbeslissingen in de winkel maakt en niet op het moment dat hij naar een tv-spot zit te kijken. Bij ons is daarom het besef gekomen dat we intensiever willen samenwerken met de winkelier.'
Ad VAN POPPEL

Marketeers verwachten stijging budget

Marketeer kent niet alle buzzwoorden

Waarvan ligt de marketeer wakker?